In de kijker – Carson McCullers: Suzanne Vega’s muzikale ode aan de Amerikaanse schrijfster

Een tiental jaar geleden kroop singer-songwriter Suzanne (‘Luka’) Vega voor een theatershow in de huid van Carson McCullers (1917-1967). De muziek bij die toneelhommage werd vervolgens de basis voor haar album Lover, Beloved: Songs from an Evening with Carson McCullers (2016). Na een korte intro neem ik je mee door het album en daarmee ook door Carson McCullers’ turbulente leven en tijdloze werk. Immers, met haar aandacht voor kwetsbare zielen en thema’s als seksuele geaardheid, genderidentiteit en racisme sluiten haar romans feilloos aan bij de huidige tijdsgeest.

Carson McCullers

Carson McCullers (Georgia, 1917 – New York, 1967) groeide op als Lula Carson Smith in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In 1940 scheerde ze als prille twintiger hoge toppen met haar debuut Het hart is een eenzame jager. Haar tweede roman Gespiegeld in een gouden oog volgde een jaar later, maar werd minder juichend ontvangen. Immoreel, grotesk en obsceen vanwege toespelingen op homoseksualiteit, overspel en voyeurisme, luidde het verdict van tegenstanders. De roman speelt zich af op een legerplaats in vredestijd. Daar wonen kapitein Penderton en majoor Langdon met hun echtgenotes schijnbaar vredig naast elkaar, maar dat laatste is slechts schijn.

Tennessee (‘A Streetcar Named Desire’) Williams plaatste haar werk in zijn voorwoord bij een heruitgave van Reflections in a Golden Eye in 1950 binnen de traditie van het Southern Gothic-genre. Hij stelde dat Carson McCullers het groteske inzette om de donkere tragiek van het leven scherper voor het voetlicht te brengen. Meer nog, door haar focus op de duistere onderstroom onder de zichtbare oppervlakte van ons bestaan, máákte ze volgens hem mee het Southern Gothic-genre. Daarmee situeert hij haar in het rijtje met grote namen, zoals William Faulkner, Harper Lee en Flannery O’Connor.

Tennessee Williams meende in datzelfde voorwoord ook dat het haar intussen zou ‘moeten geruststellen dat steeds vaker, en overtuigend, wordt bewezen dat de tijd de betekenis van haar werk niet laat vervagen, maar juist extra doet schitteren.’

Ook vandaag staat haar werk er nog altijd. Ontdek het hieronder aan de hand van Suzanne Vega’s album Lover, Beloved: Songs from an Evening with Carson McCullers.

Track 1: ‘Carson’s Blues’ Het hart is een eenzame jager

In ‘Carson’s Blues’ klinkt het verdriet en de eenzaamheid door waar de schrijfster zelf soms aan ten prooi viel. In die context legt Suzanne Vega haar de woorden “I’ve never belonged” in de mond, een gevoel dat de schrijfster tekende en waarover ze ook schreef.

Maar je kan in de titel van het openingsnummer ook een hint zien naar de blues en jazz, die vaak doorklinken in haar werk. Muziek was dan ook Carson McCullers’ eerste liefde. Al rond haar vijftiende, tijdens haar studies klassieke piano, besefte ze evenwel dat haar gezondheid een muziekcarrière in de weg zou staan. Toen al leed ze namelijk aan de gevolgen van een reumatische hartaandoening. Schrijven was met andere woorden haar plan B.

Iets van haar initiële muziekdroom heeft ze geprojecteerd op het tienermeisje Mick Kelly in haar succesvolle debuutroman Het hart is een eenzame jager (The Heart Is a Lonely Hunter, 1940). Die speelt zich af in de jaren dertig in een stoffig fabrieksstadje in het Zuiden van de VS. Vier totaal verschillende mensen zoeken er graag het gezelschap op van de doofstomme Singer: een zwarte dokter; een vaak beschonken, twistzieke marxistische vagebond; de eigenaar van de drukbezochte kroeg in de hoofdstraat; en tot slot ook de tomboy Mick. Wat hen naar Singer drijft? Het gevoel dat hij begrijpt wat hen bezighoudt.

In het geval van Mick is dat de vervoerende kracht van muziek. Ze wil die absoluut doorgronden. In een van de rijke stadsbuurten waar iedereen een radio heeft, gaat ze daarom op zomeravonden stiekem aan het open raam van een huis zitten luisteren naar orkestopnames. Ze volgt ook pianolessen en droomt ervan een wereldberoemde componiste te worden die zelf haar symfonieën dirigeert.

Anders dan Carson McCullers moet ze haar wens niet laten varen vanwege een wankele gezondheid, wel omdat haar familie wil dat ze brood op de plank brengt. Noodgedwongen neemt ze dus een winkelbaantje aan, maar dat is dermate afstompend dat het de melodieën in haar hoofd onbereikbaar maakt.

Track 2: ‘New York is My Destination’

Carson McCullers was amper zeventien toen ze haar thuisstad Columbus verliet en naar New York trok. Daar begon ze aan een universitaire schrijfopleiding. Haar moeder hield haar wel op de hoogte van het reilen en zeilen op het thuisfront. Vooral van de bijeenkomsten die ze voor de lokale cultuurelite organiseerde, had ze de mond vol. Over één gast in het bijzonder kon ze niet zwijgen, met name over Reeves McCullers. Hij was vlakbij als soldaat gelegerd op de militaire basis, maar eigenlijk wilde hij schrijver worden.

Carson McCullers ontmoette hem voor het eerst in 1935, toen ze vanwege gezondheidsperikelen naar huis kwam. Twee jaar later trouwden ze. Een makkelijk huwelijk werd het niet. Zij was amper twintig, maar al vaak ziek. Allebei worstelden ze met hun seksuele identiteit alsook met de drankduivel.

Postume (1999), onvoltooide autobiografie

Ruimte om aan zijn schrijfambities te werken vond Reeves McCullers niet. Zij, daarentegen, was vrijwel meteen na hun huwelijk druk in de weer met wat haar debuutroman zou worden. ‘For a whole year I worked on The Heart Is a Lonely Hunter, without understanding it at all,’ schreef ze daarover jaren later in haar essay ‘The Flowering Dream’ (1959). De doorbraak kwam er toen ze een gouden ingeving kreeg, een ‘illumination’, waarna ze begreep hoe de puzzelstukken in elkaar pasten: Singer, de hoofdpersoon bij wie de vier anderen hun hart graag luchten, moest doofstom zijn.

Track 3: ‘Instant of the Hour After’

Het nummer ‘Instant of the Hour After’ is gebaseerd op een gelijknamig kortverhaal van Carson McCullers. Daarin komen liefde en haat tussen echtelieden samen op een met drank overgoten avond.

De schrijfster kon uit eigen ervaring putten: verbleekte huwelijksromantiek en in alcohol gedrenkte spanningen vielen haar al vroeg ten deel. Een tijdlang leefden de McCullers nu eens in New York, dan weer in Columbus, soms samen, maar vaak ook apart. Allebei kwamen ze erachter dat ze biseksueel waren. Daarbovenop raakte het koppel verwikkeld in driehoeksrelaties. Die brachten de nodige jaloezie en dus bijkomende ellende met zich mee. In 1941, na vier woelige jaren, zetten ze een punt achter hun huwelijk.

Maar uit elkaar of niet, toen Reeves McCullers tijdens WO II naar het front in Europa ging, begonnen ze een intensieve correspondentie. Tijd en afstand hielpen zowaar om de brokken te lijmen en in 1945 hertrouwden ze.

Na de Tweede Wereldoorlog verbleven ze geregeld in de buurt van Parijs. Die verandering van lucht kon echter niet verhinderen dat hun tweede huwelijk nog ongelukkiger uitpakte dan hun eerste.

Daar zat ook Reeves McCullers’ mislukte schrijverscarrière voor iets tussen. Want dat hij in de schaduw van zijn beroemde echtgenote bleef staan, viel hem zwaar. Zij op haar beurt kreeg in 1947 tweemaal een hersenbloeding. De reumatische koorts uit haar jeugd was een onderliggende oorzaak, maar ook het vele roken en drinken eisten hun tol. De linkerhelft van haar lichaam was na die tweede beroerte verlamd.

Vanwege haar zorgelijke medische toestand keerde het koppel terug naar de VS, waar ze opnieuw vaker niet dan wel samenleefden. Toch achtten ze de lucht tussen hun tweeën in de lente van 1952 weer voldoende uitgeklaard, om samen terug te keren naar Frankrijk. Ze gingen in Bachivillers wonen, een landelijke gemeente ten noorden van Parijs. Lang duurde het evenwel niet vooraleer dezelfde toxische cocktail die hun ganse leven samen al bemoeilijkt had, hen opnieuw parten begon te spelen. Hij zakte zelfs helemaal weg in een depressie. In 1953 probeerde hij haar er zelfs van te overtuigen om zich samen met hem van het leven te beroven. Daarop sloeg de schrik haar om het hart. Zij vluchtte naar de VS, hij voegde daadwerkelijk de daad bij het woord.

Track 4: ‘We Of Me’Op jouw bruiloft

De moeilijkheid om iemand te vinden bij wie je hoort, is de grondtoon Carson McCullers’ derde roman Op jouw bruiloft (The Member of the Wedding, 1946). Die toon wordt meteen gezet door de beginzin – hetzelfde gevoel van “not belonging” dat ook al in ‘Carson’s Blues’ zat:

‘Het gebeurde allemaal in die groene, idiote zomer toen Frankie twaalf was. Die zomer hoorde ze al heel lang nergens bij. Ze was nergens lid van en stond overal buiten. Los van de wereld draalde ze maar wat op drempels, en ze was bang.’

Frankie verdoet die zomer veel van haar tijd met kletsen en kaarten in de keuken, samen met haar zesjarige neefje John Henry en de zwarte kokkin Berenice. Ergens op de achtergrond is haar vader, een juwelier, bijna onzichtbaar doende met zijn dingen. Haar moeder heeft ze nooit gekend. Die overleed bij haar geboorte.

Wanneer Frankie’s oudere broer op een dag langskomt met zijn aanstaande bruid, raakt Frankie geobsedeerd door het idee dat de twee tortelduiven een eenheid vormen, terwijl zijzelf helemaal alleen staat. Op dat nare gevoel blijft ze broeden. Gaandeweg praat ze zichzelf aan dat er na de bruiloft een plaats voor haar zal zijn bij het pasgetrouwde stel. “I belong to be with the two of you, And we make three as a family, That is why you’re the we of me”.

En ja, de roman leest als de kroniek van een aangekondigde ontgoocheling. In haar onvoltooid gebleven autobiografie Illumination and Night Glare stelt Carson McCullers overigens dat het Frankie om haar gevoelens voor haar schoonzusje te doen is, niet om haar broer. Sommigen beschouwen daarom Op jouw bruiloft als de coming-outroman van de schrijfster.

Track 5: Annemarie’

Carson McCullers werd smoorverliefd op de Zwitserse Annemarie Schwarzenbach. ‘She had a face that I knew would haunt me to the end of my life, beautiful, blonde, with straight short hair’, schreef ze in haar autobiografie naar aanleiding van hun kennismaking in 1940. Annemarie Schwarzenbach (1908-1942) trok toen in de VS op met Klaus en Erika Mann, zoon en dochter van Thomas Mann. De Zwitserse voelde evenwel enkel een vriendschappelijke verwantschap met Carson McCullers. Dit neemt niet weg dat die laatste haar tweede roman, Gespiegeld in een gouden oog, aan haar opdroeg.

Annemarie Schwarzenbach kwam uit een gegoede familie. Ze schreef romans en gedichten, was een begaafde fotografe en reisde de wereld rond. Haar ervaringen legde ze vast in tal van reportages. Het Midden-Oosten oefende een grote, maar noodlottige aantrekkingskracht op haar uit. Altijd hoopte ze er thuis te komen, maar telkens weer viel ze er ten prooi aan vervreemding. Dit komt sterk naar voren in haar autobiografisch geïnspireerde roman Tod in Persien.

Ze schreef dit boek halverwege de jaren dertig, maar het werd pas postuum gepubliceerd. Ze raakt er ook haar tumultueuze liefdesleven in aan: haar verstandshuwelijk met een in Teheran gestationeerde Franse diplomaat en hoe ze stapelverliefd werd op de dochter van de Turkse ambassadeur in Teheran.

Op haar vierendertigste stierf ze domweg in Zwitserland, vanwege een foute medische behandeling nadat ze met de fiets was gevallen. Haar androgyne verschijning, haar rusteloze, melancholieke aard, haar morfineverslaving, haar tragische dood, het draagt allemaal bij tot de cultstatus die ze inmiddels verworven heeft.

Track 6: ‘Twelve Mortal Men’ – De ballade van het treurige café

De korte tekst ‘De twaalf stervelingen’ is de afsluiter van de novelle De ballade van het treurige café (The Ballad of the Sad Café, 1951). Deze novelle (zie ook Track 9) is het verhaal van de op- en neergang van Miss Amelia en haar café. Na de sluiting is het maar een trieste bedoening in het plaatsje waar het verhaal zich afspeelt. Op een zoveelste zondoorstoofde augustusmiddag kan je, aldus de verteller, beter een vijftal kilometer verderop verstrooiing zoeken door te gaan luisteren naar de twaalf dwangarbeiders.

Het gaat om een ploeg van zwarte en witte gevangenen, die geketend aan hun enkels en onder gewapende bewaking aan het wegdek werken:

‘De godganse dag het gehak van hun pikhouwelen in het leem, meedogenloze zon, de lucht van zweet. Maar ook is er elke dag muziek. Een lage stem begint een frase, half-gesproken, als een vraag. Even later valt een tweede stem in en al snel is de hele ploeg aan het zingen. De stemmen klinken vol in de gouden gloed, de muziek een ingewikkeld weefsel van vreugde en verdriet. De muziek zwelt aan, tot zij niet meer uit de keel van de twaalf mannen lijkt te komen, maar uit de aarde of de wijde hemel zelf. De muziek beroert je hart en doet je rillen van genot en angst. Dan sterft de muziek langzaam weg tot er nog één stem over is, en daarna een diepe rauwe zucht, de zon, hakkende houwelen in de stilte.’

Track 7: ‘Harper Lee’

In het nummer ‘Harper Lee’ haalt Carson McCullers uit naar een resem literaire grootheden. Zo krijgen Virginia Woolf, Hemingway, Faulkner, F. Scott Fitzgerald en Harper Lee ervanlangs. De teneur? Dat Carson McCullers niet meent voor hen te moeten onderdoen, ook al overstijgen hun roem, reputatie en/of verkoopcijfers misschien de hare.

Suzanne Vega heeft in interviews aangegeven dat de sneren die ze de schrijfster laat geven, geïnspireerd zijn op Illumination and Night Glare, met uitzondering van twee uitspraken. “My Sad Café is greater than his Gatsby”, kwam haar ergens ter ore en leek haar zo uit de koker van Carson McCullers te kúnnen komen. En “I’d like to kill more than just that mockingbird”, is een ingeving van Duncan Sheik, de singer-songwriter met wie Suzanne Vega aan haar McCullers-project samenwerkte.

Het is geen toeval dat Harper (To Kill a Mockingbird) Lee de belangrijkste schietschijf is in het nummer. Carson McCullers werd en wordt nog altijd vaak vergeleken met de schrijfster van Spaar de spotvogel, een klassieker uit 1960. Ook Harper Lee kwam namelijk uit de Deep South en haar roman krijgt eveneens het etiket Southern Gothic, vooral vanwege het outsidersperspectief waar ze voor koos door de ik-vertelster Scout Finch, een zesjarige tomboy, los te laten op  de ongelijkheid tussen wit en zwart.

Zelf heeft Carson McCullers het thema racisme het scherpst gesteld in haar laatste roman, Klok zonder wijzers (Clock Without Hands, 1961). Die speelt zich af in de zuidelijke staat Georgia, in het stadje Milan. Centraal staan de zeventienjarige Jester Clane en de iets oudere Sherman Pew.

Jester is een weesjongen en woont bij zijn grootvader, een narcistische en behoudsgezinde rechter. Slavernij als basis van de beschaving is maar een van diens oerconservatieve ideeën, die Jester meer en meer tegen de borst stuiten. Op een zwoele midzomeravond zit hij lusteloos op zijn kamer. Plots hoort hij vanuit het steegje uit de zwarte wijk om de hoek een diepe zangstem en een sensuele, droevige pianomelodie aanwaaien. Die blues jaagt een heerlijke siddering door zijn lijf. Hij gaat naar buiten en klopt aan bij het huis waar de muziek vandaan komt. Zo leert hij Sherman kennen, een ietwat dwarse jongeman met kille, grijsblauwe ogen. Verderop in de roman wordt Sherman een doorn in het oog van een deel van de witte gemeenschap in Milan. Die vijandigheid mondt uit in een botte wraakactie.

Track 8: ‘Lover, Beloved’

Carson McCullers had een theorie over de liefde, die de verteller in De ballade van het treurige café toelicht. De kern van haar ‘Lover, Beloved’-theorie is dat er een wereld van verschil is tussen beminnen en bemind worden, omdat diegene die liefheeft de aard en de waarde van de liefde bepaalt. Bijgevolg wil bijna iedereen degene zijn die bemint.

‘Kortom: velen vinden het in het diepst van hun gedachten ondraaglijk om bemind te worden. De beminde voelt angst en haat voor de persoon die hem bemint, en daar is alle reden voor. Want degene die bemint probeert uit alle macht het object van zijn liefde laag voor laag af te pellen. Wie iemand liefheeft hunkert steeds naar contact met de geliefde, ook al leidt dat alleen maar tot ellende.’

Track 9: ‘The Ballad of Miss Amelia’De ballade van het treurige café

‘The Ballad of Miss Amelia’ brengt de novelle De ballade van het treurige café in een notendop. Centraal daarin staat de schuwe Miss Amelia. Haar huwelijk met Marvin Macy hield welgeteld tien dagen stand. Daarna verscheen er een gebochelde dwerg, die een nieuwe wind deed waaien door haar leven. Samen met deze dwerg Lymon vormde ze haar winkel in veevoer, meel en snuiftabak om tot een café, dat erg in trek was bij de omwonenden. Toch is het diezelfde Lymon die na verloop van tijd de ondergang van Miss Amelia en haar café bezegelde.

Track 10: ‘Carson’s Last Supper’

Door haar gezondheidsproblemen werd Carson McCullers met de jaren almaar meer afhankelijk van de goede zorgen van anderen, in de eerste plaats van die van haar echtgenoot. In 1953, toen ze al zes jaar voor de helft verlamd was, zou Reeves McCullers op Tennessee Williams’ vraag naar haar toestand niettemin volgehouden hebben, dat ze onverwoestbaar was. Die “iron butterfly”, die overigens in het eerste albumnummer zit, bleef ze tot haar vijftigste. Toen werd een zoveelste hersenbloeding haar op 29 september 1967 fataal.

De teneur van ‘Carson’s Last Supper’ is dat iedereen, wat de schrijfster betreft, mag aanschuiven aan haar laatste avondmaal: arm en rijk, nederig en trots, gebroken en ongeschonden. Daarmee zegt Suzanne Vega iets over de genade en liefde waarmee de schrijfster naar de mensheid keek, een boodschap die veel van Carson McCullers’ tijdgenoten niet oppikten.

Zoveel jaar later zijn haar diepmenselijke tragiek en thema’s als seksuele geaardheid, genderidentiteit en racisme nog altijd brandend actueel. Dat haar werk niet aan kracht ingeboet heeft, komt ook door de manier waarop de zelf kwetsbare, maar veerkrachtige schrijfster de worstelingen van haar personages (h)erkent, ongeacht of het zoekende tieners, dolenden in de liefde of zwarten zijn die om hun rechten strijden.

Meer lezen/weten?

  • Carson McCullers: De ballade van het treurige café. Vertaald door Molly van Gelder. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2017. 112 pagina’s. ISBN 978 90 253 0356 3
  • Carson McCullers: Het hart is een eenzame jager. Vertaald door Molly van Gelder. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2016. 367 pagina’s. ISBN 978 90 253 0354 9
  • Mijn recensie van Het hart is een eenzame jager voor Mappalibri
  • Carson McCullers: Klok zonder wijzers. Vertaald door Molly van Gelder. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2018. 256 pagina’s. ISBN 978 90 253 0363 1
  • Mijn recensie van Klok zonder wijzers voor Mappalibri
  • Carson McCullers: Op jouw bruiloft. Vertaald door Molly van Gelder. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2019. 205 pagina’s. ISBN 978 90 253 0958 9
  • Carson McCullers: Gespiegeld in een gouden oog. Vertaald door Molly van Gelder. Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2020. 140 pagina’s. ISBN 978 90 253 1184 1