Een boekkompas kan je zien als een kort en puntig book moodboard. Zo lees je in boekkompas #1 in wat voor bezielde en tegelijk absurde wereld je terechtkomt in Olga Tokarczuks roman Jaag je ploeg over de botten van de doden.
***
Beginzin
‘Ik ben al op zo’n leeftijd en er bovendien zo aan toe dat ik voor het slapen altijd goed mijn voeten hoor te wassen voor het geval de ambulance me ’s Nachts moet komen halen.’
De hoofdrol gaat naar:
Janina Duszejko. Zij, een eigenzinnige zestiger, is de ik uit de beginzin. Ze was ooit bouwkundig ingenieur. Nu leeft ze al een tijdje afgezonderd in het Poolse gehucht Luftzug, in een onherbergzaam gebied op de grens met Tsjechië.
Wanneer ze geen last heeft van haar Kwalen (verderop meer over het hoofdlettergebruik) houdt ze ’s winters de zomerverblijven van haar buren in de gaten en geeft ze Engelse les. Ook helpt ze een oud-leerling met het vertalen van gedichten van William Blake. Daarnaast ontrafelt ze geboortehoroscopen.
Dat mensen zich superieur wanen aan dieren, vindt ze niet alleen onvergeeflijk en misplaatst, het ontwricht volgens haar ook nog eens onze omgang met de natuur en werkt zo de verstoring van de ecologische orde in de hand. Vanuit deze overtuiging klaagt ze mistoestanden aan, waaronder jagen, stropen en dierenmishandeling. Op het plaatselijke politiecommissariaat beschouwen ze haar als ‘gek wijf’ en ‘gestoorde ouwe taart’. ‘Wij zijn de Politie, voor mensen,’ zo klinkt het daar. ‘Belt u maar naar Wrocław. Daar hebben ze een of andere dierendienst’.
(Nog) een opvallend trekje van de hoofdpersoon
Officiële voor- en achternamen vindt Janina Duszejko fantasieloos: je onthoudt ze nooit, want ze staan los van de persoon. Ze gebruikt daarom liever aanduidingen die haar vanzelf te binnen schieten, wanneer ze iemand voor het eerst ziet. Dat levert in de roman personages op met namen als Grootvoet, Buikman, Zwartjas, Goednieuws en Eunjer.

Die laatste, een man van weinig woorden, is haar dichtste buurman. Het woord “eunjer” is verouderd Nederlands. Het betekent fantoom, maar tegelijk is het ook een andere naam voor de woekerende plant paardenstaart, ook bekend als heermoes of kattenstaart.
Dat ze zelf – ‘God verhoede’ – Janina heet, vindt ze ongepast, zelfs krenkend. Ze zou liever een naam als Emilia of Joanna dragen. En soms denkt ze dan weer dat het iets moet zijn dat lijkt op Irmtrud. Of op Bellona. Of op Medea. (Irmtrud is een Germaanse naam die geassocieerd wordt met een sterke, krachtige vrouw; Bellona was de Romeinse godin van de krijgskunst; Medea is bekend om haar wraak en razernij) Naarmate de roman vordert, begrijp je waarom ze naar die namen neigt.
Ook aan “Duszejko” ergert ze zich overigens, want velen spreken haar systematisch verkeerdelijk aan als mevrouw Duszeńko.
PS Haar auto heet Samurai, achternaam Suzuki.
Hart & ziel van het verhaal
Er vinden op korte tijd vijf mysterieuze moorden plaats in het gehucht waar Janina Duszejko woont. Zij heeft er een verklaring voor, maar die is te buitenissig voor al wie ze erover aanspreekt en al helemaal voor de ordediensten. Toch houdt ze voet bij stuk in deze mystiek-ecologische en daardoor excentrieke detectiveroman.
Door Janina’s soms zonderlinge theorieën is Jaag je ploeg over de botten van de doden een bezielde en tegelijk absurde whodunit. Om die combinatie te laten werken, heb je wel een personage met een beautiful-freak-gehalte nodig zoals Janina. Want ja, je kan er niet omheen dat ze wel eens van het padje afraakt, maar haar daden en denkbeelden zijn zo oprecht dat je ze niet zomaar afserveert.
Waar & wanneer

De roman speelt zich af in het nu, in het fictieve “Luftzug’ (officieus ook Loeftsoek), oftewel ‘Tocht’, want het waait er altijd. Het ligt bij het echt bestaande Poolse Kłodzkodal, een heuvelachtige regio omgeven door de Sudeten, een bergketen in het grensgebied tussen Duitsland, Tsjechië en het zuidwesten van Polen.
Luftzug bestaat uit een handvol huizen die op het Plateau staan, ver weg van de rest van de wereld. Het Plateau is een uitloper van het echte Poolse Nationaal Park Tafelbergen.
Treffend tafereel
Janina herinnert zich Pastoor Geruis, die op zijn laatste Driekoningenronde, ongeveer een jaar eerder, bij haar langskwam. Ze sprak toen haar verdriet uit over haar twee honden, die al even verdwenen waren. Ze vermoedde dat ze doodgeschoten waren door jagers. Vanuit het raam van haar kleine voorkamer wees ze de pastoor de begraafplaats aan die ze al voorbereid had. Op een van de zerken brandde een kleine lampion. Dat hij haar pijn begreep, zei pastoor Geruis. Maar ook:
‘Het zijn maar dieren.’
‘Het waren mijn enige dierbaren. Mijn familie. Mijn dochters.’
[…]
‘Vertelt u me wat ik moet doen. Misschien weet u dat wel.’
‘Bidden,’ antwoordde hij.
‘Voor hen?’
‘Voor uzelf. Dieren hebben geen ziel. Ze zijn niet onsterfelijk. Ze zullen niet verlost worden. Bid voor uzelf.’
Nog iets over de titel
Jaag je ploeg over de botten van de doden is een spreuk van de mystieke Engelse dichter William Blake (1757-1827). Ze komt uit diens Proverbs of Hell, waarin hij zijn levens- en kunstbeschouwing uiteenzet. Elk hoofdstuk in de roman begint overigens met een vers van hem. William Blake is dan ook een van Olga Tokarczuks favoriete dichters, net als van Janina.
William Blake gebruikte hoofdletters ter versterking van de symbolische kracht van woorden die een belangrijke rol speelden in zijn mystieke wereldbeeld. Olga Tokarczuk volgt hem daarin in haar roman.
Auteur

Olga Tokarczuk (1962) geldt als een van de belangrijkste Poolse auteurs van haar generatie. Meerdere van haar romans zijn internationaal bekroond. In 2019 ontving ze de Nobelprijs Literatuur 2018. (in 2018 vond er geen uitreiking plaats vanwege een #MeToo-schandaal bij de Zweedse Academie)
Meer lezen/weten?
- Olga Tokarczuk: Jaag je ploeg over de botten van de doden. Vertaald door Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra. Uitgeverij De Geus, Amsterdam|Antwerpen, eerste druk 2020, elfde druk 2024. 293 pagina’s. ISBN 978 90 445 4552 4
- Charlotte Pothuizen en Dirk Zijlstra schreven deze bijdrage voor Vertaalverhaal over dingen die hen beziggehouden hebben bij het vertalen van Jaag je ploeg over de botten van de doden.