Lucifer vs. Jij zegt het. Helemaal onbevangen las ik jaren geleden Lucifer (2007). Met de feiten die Connie Palmen in deze roman gebruikt, om er fictie uit te distilleren, was ik toch niet vertrouwd. Ze konden mijn leeservaring dus niet in de weg staan. Voorkennis van de feitelijke achtergrond bij haar roman Jij zegt het (2015) had ik wel. Daarin laat Connie Palmen de wederhelft van Sylvia Plath aan het woord. Ik vreesde voor frictie bij het lezen en liet de roman daardoor jarenlang links liggen. Maar die drempelvrees was nergens voor nodig, weet ik, nu ik het boek uiteindelijk toch uit heb. De geborgenheid van een goed verhaal, daar was het hem Connie Palmen opnieuw om te doen, een intiem en tegelijk universeel verhaal over een complexe liefde.
Lucifer: gevallen engel
Met Connie Palmens handigheid om fictie te distilleren uit feiten maakte ik kennis in haar roman Lucifer uit 2007. Het spel dat ze daarin speelde vond ik overigens amusant. Ik had dan ook nauwelijks voorkennis, noch van de feiten en betrokkenen, noch van de Amsterdamse geruchtenmolen waar Connie Palmen destijds inspiratie uit putte.
Wat er aan de roman voorafging? In het echte leven ging de Nederlandse actrice Marina Schapers in de zomer van 1981 op vakantie naar Griekenland met man en kind. Haar echtgenoot was de befaamde avant-gardecomponist Peter Schat (1935-2003). Op een avond, niet lang na middernacht, tuimelde zij vanaf de balustrade van het terras van hun vakantiehuis de dieperik in. Ze overleefde de klap niet. De vraag die vriend en vijand zich nadien stelden: viel ze, sprong ze, of kreeg ze een duw?

In Lucifer is de componist Peter Schat omgedoopt tot Lucas Loos. Marina Schapers is Clara Wevers in de roman. Tijdens een vakantie stort zij vanaf het terras van hun Griekse villa in een ravijn. Ze is op slag dood. De vraag die in de hoofden van alle personages rondtolt, draait rond het aandeel van Lucas Loos in de tragische dood van zijn echtgenote. Aan ronkende verhalen over Clara en Lucas is er geen gebrek, aan zekerheden des te meer. Toch zien Connie Palmens tegenstanders in Lucifer een tribunaal.
Vooral in Amsterdamse kunstenaarskringen stak er een storm van kritiek op. Een deel van de culturele elite betichtte Connie Palmen van ongeoorloofd gerommel in het ‘verboden’ gebied tussen feit en fictie. Zij lazen in de roman duivelse insinuaties, die de nagedachtenis van de componist Peter Schat bezoedelden. Ze schrokken er zelfs niet voor terug om de term karaktermoord in de mond te nemen.
Feitelijke vs. dichterlijke waarheid
Wat feitelijke en wat dichterlijke waarheid was in Lucifer, hield me destijds niet zo erg bezig. Ik liet me onbevangen meevoeren door de tragiek die Connie Palmen in scène zet. Hoe ze de val van Clara Wevers omsmeedt tot iets onontkoombaars, vond ik meeslepend. Op verschillende manieren roept ze in Lucifer van de daken dat ze flirt met waargebeurde feiten. Het geeft de roman een extra lading. Ik kon me ook perfect vinden in hoe ze uitgaande van de dood van de actrice Marina Schapers een web van verhalen weeft over de manier waarop mensen zouden kunnen reageren, wanneer een geliefd persoon onverwacht en onder eerder verdachte omstandigheden uit het leven weggerukt wordt.
Maar waarom kon ik diezelfde ongedwongenheid niet aan de dag leggen bij haar opvolger Jij zegt het? Waarom vreesde ik dit keer wel frictie rond die cocktail van feit en fictie? Omdat Ted Hughes en Sylvia Plath zo ongeveer het meest besproken/beschreven dichtersechtpaar vormen uit de moderne westerse literatuur en ik dus dacht dat alles over hen wel al eens gezegd was? Omdat ik bang was om meegezogen te worden in de strijd tussen kamp Plath en kamp Hughes?

Kant kiezen?
In Jij zegt het laat Connie Palmen de Britse dichter Ted Hughes (1930-1998) kort voor zijn dood terugblikken op zijn turbulente maar passievolle huwelijk met de Amerikaanse Sylvia Plath (1932-1963).
In de herfst van 1962 gingen ze uit elkaar. Met hun twee jonge kinderen verhuisde zij van hun landgoed in Devon naar een appartement in Londen. Op een februariochtend in 1963 zette ze haar gasoven aan, stak er haar hoofd in en wachtte. Sinds die fatale daad wordt er naar het koppel gekeken door een prisma dat de extremen uitvergroot.
Velen zien in Sylvia Plath een icoon van vrouwelijke kracht. Voor anderen bleef ze in de schaduw staan van haar succesvolle echtgenoot, die het dan ook nog eens bestond om haar te verlaten voor de Joods-Duitse Assia Wevill. Die stap grepen zijn ferventste tegenstanders aan om Sylvia Plath tot martelares uit te roepen. In één beweging nagelden ze hem aan de schandpaal voor zijn ontrouw en zijn veronderstelde aandeel in haar dood. In de negatieve energie rond die strijd wilde ik niet verstrikt raken door Connie Palmens keuze om Ted Hughes zijn verhaal te laten doen.
Gijzelaar van een mythe
Maar meteen toen ik in Jij zegt het begon, was ik verkocht. Connie Palmen vertelt dan ook via Ted Hughes’ monoloog een zowel intiem als universeel verhaal over een complexe liefde tussen twee mensen, die allebei worstelen met hun demonen. Alles draait om hartstocht die niet vrijblijvend is. Er staat iets op het spel. En je weet het vanaf de eerste kus.
Voor wie het wil weten, ja, die eerste kus in de roman komt overeen met wat Sylvia Plath op 26 februari 1956 optekende na het bewuste feestje waarop zij en Ted Hughes elkaar ontmoetten – ‘a small note after a large orgy’: ‘And when he kissed my neck I bit him long and hard on the cheek, and when we came out of the room, blood was running down his face.’ Ze omhelsden elkaar niet, ze vielen elkaar aan. Of nog in Jij zegt het:
Het was wreed, het deed pijn.
Het was echt.
We maakten elkaar buit.

Connie Palmen verkende Ted Hughes’ gedachten en gevoelens in hoofdzaak via diens autobiografische poëziebundel Birthday Letters. Daarin formuleerde hij enkele maanden voor zijn dood in 1998 zelf voor het eerst en voor het laatst een reactie op zijn zeven jaar durende explosieve relatie met Sylvia Plath en op haar wanhoopsdaad. Verder is Connie Palmens versie van zijn stem ook gekleurd door haar lezing van brieven, essays, biografieën, dagboeken en kritische studies rond beide dichters.
Niet alleen door haar dichterlijke omgang met de waarheid rond wat de liefde vermag, palmt Connie Palmen je in. Hart en hoofd staan in haar werk nooit los van elkaar, wat mee haar bijzondere stem bepaalt.
Als je naam het bezit wordt van anderen
Al sinds haar studies filosofie is ze geïnteresseerd in het lot van de mens, zoals dat op een merkwaardige manier verbonden is met hoe zijn eigennaam circuleert in over hem rondzingende verhalen. Daaraan wijdde ze aan het eind van de jaren tachtig haar scriptie. Later is die overigens gepubliceerd als Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates.
Ze stelt daarin onder meer dat de rol die de mens in andermans verhalen speelt, mee zijn betekenis in de werkelijkheid bepaalt. Enerzijds is doodgezwegen worden dus veruit het ergste wat een mens kan overkomen. Anderzijds wordt het gevaarlijk, als je naam het bezit wordt van vertellers, die hem publiekelijk en naar eigen goeddunken verbinden met dingen waar je in werkelijkheid geen uitstaans mee hebt.
In het licht van hoe anderen je verhalend kunnen maken of kraken, schiet Sylvia Plaths ‘The Fifty-Ninth Bear’ me tot slot nog door het hoofd. Connie Palmen dist de in wezen waargebeurde anekdote rond de negenenvijftigste beer op in Jij zegt het, en zet die vervolgens af tegen Sylvia Plaths gefictionaliseerde versie ervan.
‘The Fifty-Ninth Bear’
Het avontuur dat aan de basis ligt van het verhaal? Kort voordat Ted Hughes en Sylvia Plath in het najaar van 1959 van Amerika naar Engeland terugkeren, doen ze tijdens een rondreis door de Verenigde Staten Yellowstone Park aan. Veel van de beren zijn er gewoon aan mensen en lopen er spontaan in de kijker. Hoeveel beren zullen ze tijdens hun vijf dagen in het park te zien krijgen? Zij houdt het op negenenvijftig, hij op eenenzeventig.
Achtenvijftig beren hebben ze geteld, wanneer ze op de laatste avond vrij laat hun camping bereiken. Tot hun verbazing staat de anders rustige plek in rep en roer. De beren, die ’s avonds op afstand gehouden worden door kampvuren, laten zich deze keer namelijk niet zomaar afschrikken.
Ted Hughes speelt daarom op veilig en brengt alles wat ze aan eetbaars in de tent hebben over naar hun auto. ’s Nachts schrikken ze wakker van glasgerinkel, afkomstig van een bruine beer die zich in hun wagen weet te wringen. Tot de ochtend houden ze zich muisstil in hun tent. Pas wanneer de Camp Ranger arriveert, durven ze opgelucht adem te halen. Al duurt het nog even vooraleer de beer daadwerkelijk afgedropen is. Eind goed, al goed, er zijn geen doden gevallen en Sylvia Plath heeft gewonnen: ze hebben negenenvijftig beren geteld. Het zal een bedverhaaltje worden, waar hun kinderen later maar niet genoeg van krijgen.
Twee maanden na hun reis stond Ted Hughes evenwel voor een raadsel. Waarom laat ‘zijn bruid’ – zoals hij Sylvia Plath in Jij zegt het graag noemt – in haar verhaal ‘The Fifty-Ninth Bear’ het personage van de echtgenoot, hem dus, vermoorden door de beer?
Nog wat later werd ‘The Fifty-Ninth Bear’ in een tijdschrift gepubliceerd. Het lot dat Sylvia Plath in het verhaal voor haar echtgenoot in petto had, riep toen veel commotie op in Ted Hughes’ entourage. De reactie die Connie Palmen hem in die context in Jij zegt het in de mond legt, is een kolfje naar haar hand:
‘Ze is vrij om te schrijven wat ze wil,’ verdedigde ik haar, ‘het is fictie.’
‘Niets bij haar is fictie,’ reageerde mijn zus verbeten.
Meer lezen?
- Connie Palmen: Lucifer. Prometheus, Amsterdam, 2007, 351 paginas’s. ISBN: 978 90 446 0999 8
- Connie Palmen: Jij zegt het. Prometheus, Amsterdam, eerste druk 2015, 267 pagina’s. ISBN: 978 90 446 3338 2
- In Jij zegt het ontwaart Ted Hughes een militant soort feministen. Ze zijn verwikkeld geraakt, aldus Connie Palmens Ted Hughes, ‘in een heilige oorlog, op zoek naar een God om te aanbidden en een zondebok om te straffen. In de loop van de jaren werd mijn openbare executie in de arena bijgewoond door massa’s joelende vrouwen met spandoeken boven het hoofd waarop ‘Moordenaar!’ geschreven stond. De gelovigen togen naar het Golgotha in Heptonstall, staken de pennen van hun woede als zwaarden in de aarde van haar graf, en vernietigden keer op keer de zerk door mijn naam af te hakken van de hare’. Over de betekenis van Heptonstall en de omringende Yorkshire moors voor Sylvia Plath lees je hier meer.
- Ted Hughes verliet Sylvia Plath voor Assia Wevill. Zij werkte als vertaalster en schreef teksten voor een reclamebureau. In Jij zegt het is ze zijn ‘zwarte muze’. Ook zij benam zich in 1969 van het leven, samen met hun vierjarige dochtertje. Door dit drama beitelden Ted Hughes’ tegenstanders de dichter nog steviger vast in het verdomhoekje.
- Alles komt altijd terug, zo lijkt het wel: ook de berenverhalen die mij al sinds het begin van dit jaar achtervolgen.
- In 2015 interviewde Jelle Van Riet Connie Palmen naar aanleiding van Jij zegt het voor De Standaard. Een boeiend gesprek.
- PS: Sylvia Plath is een van de schrijfsters op wie Connie Palmen de schijnwerper richt in Voornamelijk vrouwen. Mijn recensie van deze essaybundel verscheen op Mappalibri.