In De wand van Marlen Haushofer (1920-1970) is een vrouw door een mysterieuze ramp helemaal op zichzelf aangewezen in een keteldal tussen de bergen. Ondanks de obstakels trekt ze zich, met dank ook aan een paar dieren, wonderwel uit de slag. Toen ik deze vrouw jaren geleden leerde kennen, voelde ik voor haar meteen een mengeling van bewondering, bezorgdheid en een vleugje afgunst. Bovendien deed alles aan haar wezen me vermoeden dat ze uit de koker kwam van een schrijfster die eveneens uit bijzonder hout gesneden was. In een biografie vond ik de bevestiging van mijn veronderstelling. En het komt allemaal terug, nu ik Een handvol leven uit heb, haar debuut dat dit jaar voor het eerst in het Nederlands verschenen is.
Een handvol leven
In Een handvol leven keert Elisabeth, een vrouw van halfweg de veertig, terug naar de stad, die ze twintig jaar eerder verliet. De aanleiding is het te koop gezette landhuis, waar ze vroeger met haar echtgenoot en haar zoontje gewoond heeft. Onherkenbaar achter een grote zonnebril, een blond geverfde haardos en haar nieuwe naam Betty Russell laat ze zich door haar nietsvermoedende zoon rondleiden in haar voormalige woning. Ze besluit ter plekke het huis te kopen. En omdat ze een heel reistraject achter de rug heeft, blijft ze er een nachtje slapen alvorens weer te vertrekken. Het wordt een doorwaakte nacht, waarin ze de balans opmaakt van haar leven.
Via haar herinneringen leer je Elisabeth kennen als een onderzoekende kleuter en wildebras. Het contrast tussen de vrijheid in haar kindertijd en de beklemming van haar internaatjaren kon nauwelijks groter zijn. Nadat ze haar school afrondde, verloofde ze zich. Die verloving verbrak ze, om niet veel later te trouwen met een andere man die op haar pad kwam. Hij, Anton Pfluger, was de baas van de spijkerfabriek waar ze als secretaresse aan de slag ging. Ze kregen een zoontje, Toni. Het huwelijk kabbelde voort, maar Elisabeth vond er het grote geluk niet in.

In een verhouding met een zakenpartner van haar man zocht ze verstrooiing. Ook hoopte ze door die affaire haar belangstelling voor haar omgeving en haar naasten terug te vinden. Het tegendeel gebeurde. Niet alleen voelde ze zich mettertijd niet meer in staat om lief te hebben, ze betrapte zich zelfs op het verlangen om haar man, de tweejarige Toni en haar minnaar te vermoorden. Daarop besliste ze om van hen alle drie weg te vluchten.
Twintig jaar later concludeert Elisabeth/Betty dat ze niet voor de liefde gemaakt is en slechts van het onbereikbare kan houden. Even bekruipt haar de angst dat ze destijds misschien toch niet de juiste keuze gemaakt heeft, om dan tot de volgende – defaitistische – conclusie te komen:
‘Het was allemaal gebeurd, er viel niets meer aan te veranderen, en eigenlijk wilde ze het ook helemaal niet anders. Hoe ze haar leven ook zou hebben geleefd, ze zou vandaag op deze steen zitten [het graf van haar vader], met diep in haar hart het vermoeden dat ze de verkeerde weg was ingeslagen. Het leven was gewoon te sterk om het te kunnen bolwerken.’
Mijn moeder die me slachtte, mijn vader die me at
Elisabeth haalt in Een handvol leven twee scènes aan uit het sprookje ‘Van de wachtelboom’ (oftewel ‘De jeneverboom’) van de gebroeders Grimm. Marlen Haushofer was zelf weg van dit bij ons niet zo bekende sprookje. Meer nog, aan de hoofdpersoon, Marleenke, ontleenden haar ouders haar roepnaam. Officieel heette de schrijfster Maria Helene.

In ‘Van de wachtelboom’ hertrouwt een weduwnaar en krijgt met zijn tweede echtgenote nog een tweede kind, ditmaal een dochter, Marleenke. Van de eerstgeborene, haar stiefzoon, moet de vrouw niet veel hebben. Op een dag laat ze hem een appel uit de voorraadkist halen. Achter zijn rug klapt ze het deksel dicht, waardoor het als een bijl zijn hoofd afhakt. Daarna bindt ze zijn hoofd met een doek vast aan zijn nek en zet ze de jongen rechtop. Er lijkt niets met hem aan de hand, tot Marleenke hem aanraakt en zijn hoofd de grond op rolt.
Haar moeder doet het uitschijnen alsof Marleenke schuld heeft aan dit ongeluk en drukt haar dochter op het hart dat het hun geheimpje blijft. Vervolgens snijdt ze de jongen in hapklare brokken die ze ’s avonds als een ragout serveert aan diens vader. Terwijl Marleenke na het diner de botten van haar broer onder de wachtelboom begraaft, stijgt er uit de boom een wolk op waaruit een mooie vogel verschijnt.
De vogel vliegt weg, maar keert algauw terug met drie geschenken: een gouden ketting (voor de vader), rode schoentjes (voor Marleenke) en een molensteen. Die laatste gooit hij vanaf het dak op de moeder neer. Ze sterft en aansluitend wordt hij, de vogel, omhuld door een vuurnevel, waaruit de jongen weer opstaat. Samen met zijn vader en zijn zus gaat hij het huis in, waar vanaf dan peis en vree heerst.
Oorlog en liefde
Marlen Haushofer groeide samen met haar broer als boswachtersdochter op in het kleine Karinthische bedevaartsoord Frauenstein, zo’n vijfentwintig kilometer ten noorden van Klagenfurt. Net als Elisabeth in Een handvol leven ervoer ze het internaat na die vrije en zorgeloze kindertijd als een kil strafkamp. Tegen de tijd dat ze die bedroevende jaren achter zich had, was het 1938 en viel nazi-Duitsland Oostenrijk binnen.
Meteen werd de Hitler-dictatuur er tastbaar. Zo moesten alle jongeren tussen achttien en vijfentwintig onder het nieuwe bewind verplicht meedraaien in de Rijksarbeidsdienst (RAD). Met deze paramilitair georganiseerde burgerdienst zette de nationaalsocialistische overheid in op het belang van werkethiek, zowel voor jongens als voor meisjes. Verder stelde de Rijksarbeidsdienst de beleidsmakers in staat om de hele toekomstige generatie met propaganda te bestoken.
Marlen Haushofer kreeg als achttienjarige tijdens haar RAD in de toenmalige Duitse provincie Oost-Pruisen uiteenlopende taken zoals huishoudelijke klusjes, kinderopvang en werken op het veld. Door de nazi-propagandamachine liet ze zich geenszins inpakken. In de plaats daarvan viel ze voor een Duitse student geneeskunde die ze tijdens het oogsten leerde kennen.
Twee jaar later namen zij en deze Gert Mörth (1916-1944) de draad van hun vriendschap weer op aan de universiteit van Wenen. Zij studeerde er Germaanse talen en kunstgeschiedenis. Hij zette er zijn opleiding geneeskunde verder. Algauw verloofden ze zich, maar kort daarna ging er iets fout. Wat precies heeft ze altijd voor zich gehouden. Feit is wel dat ze zwanger was, het huwelijk afblies en het kind hield.
(Ongepland) zwanger
Kort na de verbroken verloving, meer bepaald rond Kerstmis 1940, raakte ze in Wenen op de tram in gesprek met Manfred Haushofer (1917-1994). Hij was soldaat bij de luchtmacht en eveneens student geneeskunde. De twee werden halsoverkop verliefd.
Omdat zij het niet over haar lippen kreeg dat ze zwanger was van een ander, liet ze de boodschap per brief op hem los. Er kwam echter geen reactie, waarop ze er een vriendin opuit stuurde om bij hem poolshoogte te gaan nemen. Manfred viel uit de lucht. Van een brief had hij geen weet. Toen hij hoorde hoe de vork in de steel zat, vroeg hij een nachtje bedenktijd. De volgende ochtend stond zijn besluit vast: hij koos voor haar en andermans kind.
Zonder medeweten van haar ouders beviel Marlen Haushofer in de zomer van 1941 bij de moeder van een vriendin in Beieren. Ze kreeg een zoontje, Christian. Enkele maanden later trouwde ze met Manfred en nog geen jaar na hun huwelijk verwachtten ze samen een kind. Na de geboorte van Manfred junior hervatten de twee met de steun van Marlen Haushofers ouders hun studies aan de universiteit van Graz.
Met de fiets op de vlucht
Tegen het einde van de oorlog werd Graz een bolwerk tegen de naar Wenen oprukkende Sovjettroepen. Velen wilden daarom weg uit de stad, maar om de massale uittocht te verhinderen, lieten de autoriteiten geen auto’s meer voorbij de stadsgrenzen.
De Haushofers vluchtten daarom per fiets naar haar ouderlijk huis. De rit van ruim honderdvijftig kilometer door een grotendeels bergachtige streek was een ware uitputtingsslag. Onderweg moesten ze zich van een deel van hun bagage ontdoen. De twee achtten het veilig om een koffer met onder meer haar scriptie en vroege manuscripten in een stationskluis op te bergen. Een misrekening, zo zou blijken, want stations waren een gegeerd doelwit voor luchtaanvallen.

Na de bevrijding begon Manfred een tandartsenpraktijk in de stad Steyr in Opper-Oostenrijk. Rond die tijd liet Marlen Haushofer haar oudste zoon Christian uit Beieren overkomen. Voor haar ouders had ze diens bestaan achtergehouden. Toen ze niet anders meer kon dan het hen te vertellen, namen ze het goed op. Meer nog, zij vingen de jongen op in afwachting van het moment dat hij op papier ook een Haushofer werd.
De beklemming van een kleinburgerlijk bestaan
Ogenschijnlijk boterde het goed tussen de Haushofers, maar als de maskers binnenskamers afvielen, overheersten toch de spanningen. Die werden voor een groot deel gevoed door Marlen Haushofers schuldgevoel vanwege Manfreds edelmoedige keuze voor een vrouw met een bastaardkind. Met de jaren was Manfred bovendien verhard. Een hartziekte speelde hem parten, maar ook de oorlogsstress bleef nawerken. Thuis, maar tevens in zijn tandartspraktijk, was hij vaak nerveus en opvliegend.
Hoe ouder haar twee zonen werden, hoe moeilijker Marlen Haushofer het vond om het rustpunt binnen het gezin te zijn. Dit kwam onder meer doordat ook de twee jongens elkaar vaak en verbeten in de haren vlogen. Aan Jeannie Ebner, een schrijfster en een goede vriendin, heeft ze opgebiecht dat ze nooit aan kinderen zou begonnen zijn, als ze eerder geweten had dat schrijven haar roeping was.
De wrijvingen deden de Haushofers in 1950 een punt achter hun huwelijk zetten. In hun dagelijks leven veranderde er echter weinig tot niets. Tegenover de buitenwereld zweeg het koppel in alle talen over hun echtscheiding. Ze bleven onder hetzelfde dak wonen en de schrijfster sprong als vanouds bij als assistente in de praktijk van Manfred. De scheiding maakte wel dat Marlen Haushofer zich de vrijheid veroorloofde om de literaire scene in Wenen op te zoeken. En met het oog op meer publicatiemogelijkheden besloot ze zich te laten begeleiden door Hans Weigel. Hij was destijds een sleutelfiguur voor de literatuur van het naoorlogse Oostenrijk.
Minutenlang bijna gelukkig
Toen ze hem een eerste romanmanuscript voorlegde, gaf hij haar een onvoldoende. Die teleurstelling werd weliswaar gecompenseerd door de Staatliche Förderungspreis für Literatur, die ze in 1953 kreeg voor Das fünfte Jahr. In haar prijswinnende verhaal/novelle beschrijft ze vanuit het perspectief van een meisje van vier hoe het is om op te groeien op de boerderij van haar grootouders.
Dankzij deze prijs had Marlen Haushofer eindelijk iets in handen om haar schrijftijd thuis te rechtvaardigen. Want niet alleen deden haar man en kinderen smalend over haar proza en de energie de ze erin stopte, ze verweten haar ook dat ze haar gezondheid er nodeloos voor opofferde. Dit terwijl uitgerekend schrijven haar wat verlichting bracht. Of zoals ze stelde in een brief aan Hans Weigel: “Overigens is de tijd waarin ik kan schrijven (en ik schrijf heel moeizaam) voor mij de meest draaglijke. Soms ben ik dan minutenlang bijna gelukkig.”

Hans Weigel was best onder de indruk van de literaire kwaliteiten van Marlen Haushofers tweede roman. Deze keer vreesde hij echter dat het boek om morele redenen niet goed onthaald zou worden. Het verhaal ging over een paar vrouwen die volgens een perfect uitgekiend plan een man vermoorden zonder ervoor gestraft te worden. Naderhand zou Weigel toegegeven hebben dat hij misschien wel te voorzichtig of te ouderwets geweest was. Helaas is dit manuscript verloren gegaan.
Dubbelleven en depressie
Marlen Haushofer bleef het schrijverschap combineren met haar rol van toegewijde moeder en vrouw des huizes. Door haar zelfbeheersing was haar lange tijd nauwelijks aan te zien hoe zwaar dit dubbelleven haar viel. Uiteindelijk leidde het in de lucht houden van alle bordjes evenwel toch tot depressies. Nog een uitputtende factor was de ingewikkelde driehoeksverhouding waarin ze belandde door Manfreds relatie met zijn nieuwe assistente, tevens een vriendin haar. Voor de buitenwereld, die niets van hun scheiding wist, was zij de bedrogen echtgenote die bovendien de ontrouw van haar man in haar eigen huis duldde – de tandartspraktijk bevond zich op de benedenverdieping.
Zelf liet Marlen Haushofer zich in 1953/1954 overigens ook verleiden tot een verhouding. Haar minnaar was de Oostenrijkse auteur Reinhard Federmann (1923-1976), die ze al enkele jaren kende. Voor hem zou ze bereid geweest zijn om haar man te verlaten. Maar zover kwam het niet, want Federmann wilde zelf geen definitieve streep onder zijn huwelijk trekken.
Dit psychologische mijnenveld lag mee aan de basis van Marlen Haushofers debuutroman Een handvol leven. Van meet af aan liet Marlen Haushofer haar vrouwelijke hoofdpersonages een (innerlijke) strijd voeren om hun eigen weg te gaan in een grotendeels door mannen gedicteerde wereld. Daardoor maakte ze in de jaren tachtig postuum furore in feministische kringen. Inmiddels geldt ze als een van de grote naoorlogse Oostenrijkse auteurs tout court.
Meer lezen/weten?
- In deze post heb ik Marlen Haushofers leven beschreven tot pakweg 1955, het jaar waarin Een handvol leven uitkwam. Hoe het haar in de volgende vijftien jaar verging, lees je in de post: In de kijker – Marlen Haushofer: Oostenrijkse schrijfster met een patent op gespleten vertelsters
- Marlen Haushofer: Een handvol leven. Vertaald door Anne Folkertsma. Met een nawoord van Charlotte Remarque. Uitgeverij Orlando, Amsterdam, 2025. 189 pagina’s. ISBN: 978 90 83440965
- Mijn recensie van Een handvol leven voor Mappalibri verschijnt binnenkort.
- De roman De wand heb ik in deze post enkel vermeld. Ik ging er dieper op in in Twee vrouwen moederziel alleen (op aarde): Ik die nooit een man heb gekend en De wand.
- Daniela Strigl: “Wahrscheinlich bin ich verrückt …”, Marlen Haushofer – die Biographie. List, 2009. 406 pagina’s. ISBN: 978 3 548 60784 9