Geboekt – Berck-sur-Mer: naar de Opaalkust met Max Blechers ‘Gelittekende harten’

Op het eerste gezicht ontleent de Franse kustplaats Berck-sur-Mer haar charme vooral aan de weidse stranden en de zeehonden die de show stelen in het natuurgebied bij de baai van Authie. Maar tegelijk is het zo’n in fictie verankerde plek, waarvan Joan Didion opmerkte dat er een soort waas overheen valt, doordat fantasie en werkelijkheid zich er op een duizeligmakende manier vermengen. Ervaar dit in Berck en ontdek daarbij het roemruchte sanatoriumverleden van de stad dankzij de roman Gelittekende harten (1937) van de Roemeense auteur Max Blecher.

Gelittekende harten

Aan het begin van Gelittekende harten (1937) verneemt chemiestudent Emanuel in Parijs wat de oorzaak is van de felle rugpijn, die hem al enige tijd parten speelt. Het is geen reuma, zoals alle vorige dokters dachten. De boosdoener is een holte in een van zijn wervels, veroorzaakt door een bacterie. Concreet gaat het om de ziekte van Pott, oftewel ruggenmergtuberculose.

Gezonde lucht, goede voeding en veel rust zouden een weldaad voor hem zijn volgens dokter Bertrand. Die raadt Emanuel daarom een verblijf aan in Beck-sur-Mer en slaat een enorme Larousse open op een kaart van Frankrijk:

‘Hier ligt het … Kijk … Hier heb je het Nauw van Calais … Berk ligt juist onder Boulogne … Het staat niet op de kaart. Het is een klein strand, verloren in de duinen, een zeestadje waar zieken zoals u uit de hele wereld komen voor een kuur … Ze liggen daar in het gips, maar leiden verder een volstrekt normaal leven. Ze gaan zelfs uit wandelen in karretjes, speciale karretjes waarin ze op hun rug liggen en die door paarden of ezeltjes worden getrokken.’

Het Mekka van de bottuberculose

Na de diagnose gaat Emanuels vader in Berck-sur-Mer op prospectie en vindt er een goede zorginstelling voor zijn zoon. Vrijwel meteen sporen ze daarna samen naar Rang-du-Fliers op de lijn Parijs-Boulogne. Voor de laatste vijf kilometer stappen ze daar over op een boemeltreintje met een locomotief die zich luidruchtig snuivend en met veel rookontwikkeling op gang trekt. De passagiers zijn bijna uitsluitend zieken en familieleden van patiënten. Aan een slakkengang rijdt de zogenaamde tortillard naar station Berck-Plage.

Anonyme, Berck-Plage, la gare, ca. 1910, carte postale, coll. Fonds documentaire Musée Opale Sud, Berck-sur-Mer (bron : musée.berck.fr)

Meteen bij hun aankomst ziet Emanuel met eigen ogen wat dokter Bertrand beschreven heeft. Mannen (vrouwen zijn duidelijk in de minderheid …) van top tot teen gekleed, inclusief stropdas, baret en jasje, zijn liggend in hun rijtuig op wandel. Sommigen worden rondgereden door een ezeltje of een paard, anderen op mankracht.

Zo wordt Emanuel halfweg de jaren dertig een van de pakweg vijfduizend patiënten in Berck-sur-Mer. Zoals het merendeel van hen krijgt ook hij een gipsen korset van nek tot heupen. In die tuniek ligt hij geïmmobiliseerd te bed.

Intriges in het sanatorium

In de eetzaal van het sanatorium liggen zo goed als alle zieken languit te eten. Daardoor lijkt het wel een banket uit de oudheid. Wie naast wie terechtkomt, hangt deels samen met intriges onder de patiënten.

Zelf raakt Emanuel algauw bevriend met Ernest, mevrouw Wandeska, Tonio en Quitonce. Met Solange, een ex-patiënte, krijgt hij een affaire, nadat ze elkaar ontmoeten op een feestje, om niet te zeggen een slemppartij, in de kamer van Ernest.

Emanuel en Solange zoeken op grijze, mistroostige herfstdagen liever het omliggende platteland op dan het stadscentrum. Een paard is daarbij goud waard voor wie een ligkuur in harnas ondergaat. Emanuel prijst zich dan ook gelukkig met zijn merrie, Blanchette. Ze heeft bosjes ruw haar over haar hoeven en korte, borstelige manen. Met weemoedige ogen kijkt ze hem aan als ze haar hoofd naar hem toe draait als reactie op haar naam. Die blik doet hem denken aan iemand die verveeld om een sigaret vraagt.

Verval en passie

Wanneer Emanuel eropuit trekt met Solange ment hij zijn rijtuig over smalle verlaten weggetjes door de duinen. Solange houdt ervan om tijdens die uitstapjes tussen de droge distels en de grassen allerlei veldkruiden te plukken. Ze vlecht ook braamtakken langs het hele rijtuig en versiert er de kap mee. Door die opsmuk lijkt hun koets wel een zigeunerkar.

Max Blecher stelt het weliswaar niet allemaal zo idyllisch voor als ik net gesuggereerd heb. Zo voegt hij over de distels toe dat ze zich ‘eindeloos uitstrekten als ware bruinblauwe aardwonden’. Sommige van de veldkruiden die Solange plukt, hebben ‘de doordringende, woeste geur van grafaarde’. En als ze de kap van het rijtuig versiert, is dat met ‘enorme, rouwgroene en trieste bladeren van wilde planten’. Je hoort hierin de schrijver, die zelf aan bottuberculose lijdt en de rauwe werkelijkheid van een lichaam in verval aan den lijve ondervindt.

Bij mooi weer en laagtij doet de zonsondergang de talloze met water gevulde greppels op het strand rood opvlammen. Een ideaal decor voor de twee tortelduiven, die ondanks Emanuels harnas tijdens hun ritjes in de duinen in een of andere verborgen baai de koffer induiken.

Winterhemel zwart als steenkool

December breekt aan. Op een kalme, zonnige dag trekt Emanuel al vroeg in de ochtend met zijn rijtuig naar het strand:

‘In de verte tintelde de oceaan als een onmetelijke witgouden vlakte. De rij villa’s op de esplanade, waarvan de ramen verguld oplichtten in de zon, zagen er uit als speelgoedhuisjes. Een paar zeelieden kwamen uit de richting van de stad en togen meteen aan het werk. Het was hoogtij en ze sleepten hun boten het water in om in de open zee te gaan vissen’.

Toch is Emanuel deze keer vooral doordrongen van ‘de volmaakte nutteloosheid van die prachtige dag.’ Want terwijl hij al wandelend tijd zoekmaakt, gaat zijn vriend Quitonce onder het mes.

Eugène Boudin, L’Entrée de Berck, 1882

Daarna versomberen de dagen gaandeweg. Stormachtige noordenwinden steken op en brengen striemende regen mee. Soms wordt de hemel zwart als steenkool, om vervolgens op te lossen ‘in vaalgrijze wolkenmassa’s die als een moerasbedding boven de huizen hingen’, de voorbode van het trieste overlijden van Emanuels maatje Quitonce.

Notre-Dame-des-Sables

Quitonce haalt kerstavond niet en is bijgevolg geen van de patiënten die in de regen naar de kerk gebracht worden voor de middernachtmis. Emanuel is wel van de partij. Solange duwt zijn brancardbed door de straten:

‘Het asfalt glinsterde als een gespannen huid, waarover de straatlantaarns trillende strepen vale elektriciteit uitgoten. […] Het interieur van de kerk leek in een verblindend licht te baden, maar dat duurde niet langer dan het moment waarop ze binnenkwamen. Het was een bescheiden kerkje, door zeelieden opgetrokken met balken en planken, precies als een boot.‘

De wind blaast er tijdens de mis door de planken. De patiënten, die nochtans goed ingeduffeld zijn, liggen dan ook bij het flakkerende kaarslicht in een lange rij te verkleumen van de kou.

Anonyme, Notre-Dame-des-Sables, photographie n&b, ca. 1930, coll. Archives Municipales, Berck (bron : musée.berck.fr)

Huis op de klif

Langzaam sluipt vervolgens de lente in Berck binnen:

‘De strenge duinvegetatie werd ietwat delicater en zelfs de hemel vervelde in zachtere kleuren. Het strand breidde zich chaotisch uit, iriserend in tinten van een onmetelijke uitrafeling. De wereld woog niet meer dan damp en licht.’

In mei dagen de eerste badgasten op. De strandcabines worden massaal teruggebracht uit het braakland, waar ze de hele winter tussen het onkruid hebben staan verkommeren. Hele families hokken vanaf nu tussen vier planken muren, met de deur open naar zee.

Emanuel zoekt naar plaatsen in de duinen om zich te verbergen, ver van de drukte, ver zelfs van Solange. De gezochte rust vindt hij in een verweesde herberg. Het is een klein lokaal met een veranda vol rol rode geraniums. Af en toe komen er zeelui over de vloer. Vanuit de herberg heeft Emanuel zicht op een handvol villa’s. Ze zijn begroeid met klimop. De muren brokkelen af.

Van de herbergier verneemt hij dat er niemand meer woont, met uitzondering van mevrouw Tils. Zij is een Amerikaanse weduwe. Met haar vijftienjarige zoon brengt ze er de zomers door sinds meneer Tils in Berck aan bottuberculose gestorven is. Emanuel krijgt haar zover om hem als zomerlogé toe te laten in haar Villa Elseneur.

In dit huis op de klif rust hij op warme dagen uit op het terras voor de salon. Het uitzicht is fenomenaal. Als de oceaan op haar mooist is, glinstert ze ‘als een fantastische baljurk met diamanten lovertjes en schuimend kantwerk’.

Wanneer Emanuels tweede herfst in Berck-sur-Mer voor de deur staat, raadt zijn arts hem verandering van lucht aan. Daarop maakt Emanuel plannen om te verkassen naar Genève.

Berck-sur-Mer vandaag

In de jaren dertig hadden de chique sanatoria prachtige grasperken met bloemen, tennisvelden, liften en stromend water. Ook twee armenziekenhuizen waren degelijk georganiseerd. Het eerste, Hôpital Franco-Américain, was een liefdadigheidsinstelling, weliswaar met slechts een heel beperkt aantal plaatsen. Aan de zuidkant van de strandboulevard L’Esplanade lag het Hôpital Maritime, dat uitsluitend Parijzenaren aanvaardde. Tot op vandaag is het actief als ziekenhuis.

Van de strandboulevard uit Emanuels tijd blijft er sinds de Tweede Wereldoorlog niets meer over, zowel door bombardementen als door de bouw van de Atlantikwall. Aan deze Duitse verdedigingslinie herinneren tot op vandaag nog bunkerresten langs het strand van Berck.

Het voormalige station Berck-Plage is sinds 1955 buiten dienst. Het gebouw is intussen omgeturnd tot casino. Nu pendelt er een bus tussen het station van Rang-du-Fliers en het centrum van Berck.

De Notre-Dame-des-Sables, de kerk die in 1886 met de hulp van scheepstimmerlieden gebouwd werd, is recent gerestaureerd. Ze kreeg daarbij haar oorspronkelijke rood-witgestreepte façade terug, een knipoog naar de zwemkledij die gangbaar was ten tijde van haar ontstaan.

Aan de zuidrand van Berck-sur-Mer ligt de baai van Authie, een nog vrij ongerept natuurgebied waar je kilometers lang kan wandelen. Het jaar door spot je er bij laagwater zeehonden op de zandbanken. De ideale uitkijkpost ligt waar de Chemin aux Raisins uitloopt op het strand.

Meer lezen/weten?

  • Max Blecher: Gelittekende harten. Vertaald door Jan H. Mysjkin. Uitgeverij Vrijdag (in 2024 overgenomen door Pelckmans), Antwerpen, 2015. 236 pagina’s. ISBN: 978 94 60013409
Achterflap van Gelittekende harten

De Roemeense auteur Max Blecher (1909-1938) trok in 1927 naar Parijs om er geneeskunde te studeren. Al in het eerste jaar kreeg hij te horen dat hij leed aan de ziekte van Pott, oftewel ruggenmergtuberculose. De volgende zeven jaar bracht hij grotendeels al liggend door in sanatoria, eerst in Berck-sur-Mer, later nog in het Zwitserse kuuroord Leysin en in het Roemeense Techirgiol aan de Zwarte Zee. De laatste drie jaren van zijn leven trok hij zich terug in een huisje dat zijn ouders in Roemenië voor hem lieten inrichten. Hij overleed er op zijn achtentwintigste.

Zijn eerste roman, Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid (1936), bracht hem meteen bij de top van de meest vooraanstaande Balkan-schrijvers van zijn generatie, samen met onder meer Eugène Ionesco. Het was zijn plan om een boek te wijden aan elk van de drie kuuroorden waar hij verbleef. Gelittekende harten zag hij nog zelf gepubliceerd worden. De twee volgende zijn onvoltooid gebleven, maar wel postuum verschenen als Het verlichte hol.

  • Het licht in Berck-sur-Mer heeft heel wat schilders met een liefde voor marines aangetrokken. De van Honfleur afkomstige Eugène Boudin (1824-1898), een impressionist avant la lettre, liet zowel Berck-sur-Mer als het meer mondaine Trouville-sur-Mer graag op doek schitteren.
Eugène Boudin, Femmes sur la plage à Berck, 1881
  • Elk jaar in april kan je in Berck-sur-Mer naar het internationale vliegerfestival Rencontres Internationales de Cerfs-Volants. De vliegeraars geven dan ware choreografische luchtshows met hun creaties. In 2026 vindt de 39ste editie plaats.
  • In de zomer van 1961 bracht Sylvia Plath op doorreis naar het Zuiden van Frankrijk enkele uren door in Berck, samen met haar echtgenoot Ted Hughes. Het oorlogsverleden van de stad aan de Atlantische Oceaan maakte een diepe indruk op haar, net als de combinatie van toeristen en revaliderende soldaten. Toentertijd waren die laatsten slachtoffers van de Algerijnse oorlog. Een jaar na haar doortocht schreef ze een lang gedicht over verlies met als titel ‘Berck-Plage’. Dat Sylvia Plath een zwak had voor de oceaan, raakte ik al aan in mijn trip naar de ‘Wuthering Heights’ in West-Yorkshire