Boekkompas #5 – Małgorzata Lebda: ‘Onstilbaar’

In boekkompas #5 lees je hoe de rijkdom van de natuur de dagen van de ongeneeslijk zieke Róża kleurt in Małgorzata Lebda’s roman ‘Onstilbaar’

***

Beginzin

‘Dunaj huilt’.

De hoofdrol gaat naar:

Niet naar Dunaj, de donder vrezende jachthond van Róża en haar echtgenoot, wel naar Róża’s kleindochter. Zij, de vertelster, schrijft poëzie en is daarnaast ook werkzaam met computercodetaal. Dit alles staat nu op een laag pitje, want ze is teruggekeerd naar haar geboortedorp om samen met haar/een vriendin voor haar oma te zorgen.

De roman draait dan ook om Róża. Al is zij vanwege kanker ten dode opgeschreven, ze schenkt al wat leeft onverminderd de volle aandacht die ze in zich heeft. En haar man? Die mijdt de lijfelijke kant van de ziekte. De rituelen eromheen zijn hem vreemd, hij wil er ook niets van weten. Zijn bekommernis om Róża zit in de opknapwerken aan hun huis.

Waar & wanneer

Małgorzata Lebda situeert Onstilbaar in een tijdloos nu. Het verhaal speelt zich af gedurende vier seizoenen, in het kleine fictieve dorp Maj. Dat ligt in het uiterste zuiden van Polen aan een stuwmeer en is omgeven door bossen, heuvels en velden. De dichtstbijzijnde grotere stad is Stary Sad, gebaseerd op het bestaande Stary Sącz, dicht bij waar de schrijfster zelf vandaan komt.

In de voorts vredige, idyllische omgeving zorgt enkel de voortdurend draaiende en reutelende slachterij voor een valse noot. Vanuit het huis waar Róża het bed houdt, kan je de heuvel waar de zware gebouwen op staan gaandeweg zien wegglijden. Róża en haar huisgenoten bestempelen die verschuivende landmassa als de wraak van de aarde voor de dood die de mens in het slachthuis op industriële schaal organiseert.

Hart & ziel van het verhaal

In korte hoofdstukjes, die schitteren door Małgorzata Lebda’s ingehouden stijl en poëtische beelden, zie je de ongeneeslijk zieke Róża en haar huisgenoten zachtjes meebewegen met de natuurlijke cyclus van leven en dood. Voor haar naasten is deze intense periode al een voorafname op de rouw. Het onafwendbare verlies verlamt hen echter niet, integendeel. Ze vinden troost in hun gedeelde dagdagelijksheid, niet het minst dankzij Róża’s gulzige verbondenheid met het kleine en grote leven dat haar ziekbed omringt.

Zo oppert de grootvader zelfs dat niet alleen haar kleindochter haar in leven houdt, maar dat ook de vogels dat doen. Spreeuwen, kwikstaarten, gaaien, gorzen, een goudvink, allemaal zijn ze een vermelding waard. Als Róża een vogel in het vizier krijgt en hem niet herkent, wil ze hem niet alleen kunnen benoemen, ze wil dan ook weten hoe hij zingt. De vertelster gaat daarom regelmatig te rade in een vogelgids, draagt er stukjes uit voor en imiteert tot slot de roep van de gespotte vogel. Geregeld leest ze Róża overigens ook gedichten voor.

Er gaat een harmonieus geven en nemen uit van hoe Róża en haar kleindochter kijken naar de rijkdom van de natuur. Met berkensap wrijft die laatste haar oma’s hoofdhuid in. Stukgewreven geraniumbladeren gebruikt ze tegen oorpijn. Het onkruid dat de aardbeistruikjes in de tuin omarmt, om niet te zeggen dat het ze smoort, is voor haar niet zomaar onkruid, ze herkent er het herderstasje in, alsook dovenetel en varkensgras. Ze heeft te doen met de koeien van de slachterij en is begaan met het kadaver van een moervos. In dat alles lijkt ze op Róża, die eveneens alle dieren in de armen sluit, van mieren en sprinkhanen over mollen tot honden en katten.

Treffend tafereel

Staszek is een dorpeling die verbonden is met het slachthuis. Opa en Róża kunnen hem niet luchten. Toch brengt Staszek een tijdlang vlees voor haar, omdat hij vindt dat die boetedoening zijn plicht is. Acht jaar eerder heeft een van zijn Amerikaanse staffordshireterriërs namelijk de zwerfhond die ze in huis haalde, zwaar toegetakeld. Róża droeg Staszek na het bloedige gevecht op om allebei hun creperende dieren af te maken. Hij ziet nog voor zich hoe ze daarna haar dode hond, Krat, over haar schouders legde zoals lammeren op heiligenprenten gedragen worden, zijn kop bengelend op haar borst, en dat ze zo naar huis liep met hondenbloed in haar nek en haar.

‘Vlees om vlees’ meent Staszek, tot hij beseft dat hij met die slachtwaar opnieuw dood brengt in plaats van leven. Op een dag daagt hij daarom op met een plastic tas waarin iets beweegt en piept. Blijkt dat hij op de markt kuikens gekocht heeft. Vier heeft hij er mee, dik in het dons. Op oma’s kobaltblauwe dekbed stuiven ze uit elkaar:

‘en even later vinden ze een inkeping in het zachte, ter hoogte van oma’s heup, en klonteren samen tot één organisme. Oma steekt een hand naar ze uit, sluit haar ogen en zoekt op de tast de naakte halzen van het Transsylvanische pluimvee. Slechts één vinger houdt zich bezig met aaien, de rechterwijsvinger. Voor meer heeft ze geen kracht.

Ik kijk.

Na een paar minuten valt al het leven op dit bed in slaap’.

Auteur

Onstilbaar is het dit jaar bij ons vertaalde prozadebuut uit 2023 van Małgorzata Lebda (1985), die voor haar poëzie al meermaals bekroond werd. De Poolse is ook fotografe, doctor in de geesteswetenschappen, docente én (ultra)marathonloopster.

In september 2021 liep ze vanuit haar krachtige ecologische bekommernis de volledige lengte van de langste rivier in Polen, de Wisła. Die ontspringt in de Woudkarpaten in het zuiden van het land en kronkelt zo’n 1070 kilometer noordwaarts, onder meer langs Krakau en Warschau, om uit te monden in de Oostzee. De rivier maakt deel uit van het Oost-Europese E40-waterloopproject. Dit is bedoeld om de 2000 kilometer tussen de Zwarte Zee en de Oostzee per schip bevaarbaar te maken. Ter hoogte van de Wisła, zou dit initiatief echter ten koste gaan van uiterst waardevol moerasgebied waarlangs de rivier stroomt, wat de schrijfster met haar looptocht wilde aanklagen.

Uit Małgorzata Lebda’s poëzie, net als uit het tere Onstilbaar, blijkt haar ecologische mindset. Die rust op haar overtuiging dat de mens niet aan de top staat van de natuurlijke hiërarchie, maar slechts een onderdeel is van ons ecosysteem, zoals gelijk welk ander levend wezen.

Meer lezen/weten?

  • Małgorzata Lebda: Onstilbaar. Vertaald door Charlotte Pothuizen. Uitgeverij Koppernik, Amsterdam, 2026. 213 pagina’s. ISBN 978 90 83 651286 (met dank aan Koppernik en De Wolken voor het recensie-exemplaar)
  • “Leven en dood zijn prachtig in balans in deze lyrische roman”, laat Olga Tokarczuk optekenen op de achterflap van Onstilbaar. Haar lof is niet verwonderlijk. Ook zelf is ze immers met de natuur begaan en ziet ze de mens daarin als een organisme tussen andere organismen. Getuige daarvan haar mystiek-ecologische detectiveroman Jaag je ploeg over de botten van de doden, waaraan ik mijn boekkompas #1 wijdde.